|
Eisen:
- Voordat je gaat zeilen, moet je eerst
de boot zeilklaar kunnen maken en klaar maken voor de nacht. Hiervoor
moet je in ieder geval de volgende vaardigheden tonen:
- kikker beleggen
- achtknoop / mastworp leggen
- zeilen hijsen
- zeilen strijken
- Vertel de leiding minimaal de namen
van 20 onderdelen van schip en tuig.
- Leg aan een nieuw bemanningslid (of
leiding) uit, wat onderstaande uitwijkbepalingen betekenen:
- SB, BB-regel
- aan stuurboordwal varen
- goed zeemanschap tonen
- duidelijk zijn voor anderen op het water
- Laat zien dat je de volgende manouvres
kunt uitvoeren:
- afvaren van hogerwal en langswal
- overstag gaan
- aankomen aan hogerwal en langswal
en vertel wat het verschil is tussen een gijp en overstag gaan. Wat
moet je trouwens doen als er een gijp komt?
- Verzamel plaatjes van 10 verschillende
zeilboten en plak ze op een poster of in een boekje. Schrijf bij ieder
plaatje de naam van het type boot en wat er bijzonder is aan die boot.
Maak er maar iets moois van.
N.B.: de eisen 1 en 4 zijn onderdeel
van het CWO-diploma Jeugdzeilen éénmans / tweemans I en
II. Tevens zijn deze eisen onderdeel van het CWO-diploma Kielboot I.
|