|
Eisen:
- De elementen van de branddriehoek
kennen en aan de hand daarvan uitleggen hoe een brand in principe
geblust kan worden.
- Iemand van de plaatselijke brandweer
bezoeken en hem/haar interviewen over de brandweerorganisatie en het
meldingssysteem.
- Weten welke informatie je moet verstrekken
bij een brandmelding. De alarmnummers van brandweer, politie en GGD
in jouw woonplaats kennen.
- Preventieve maatregelen nemen in het
clubhuis, aan boord, op kamp en bij het houden van een kampvuur. De
vluchtwegen aangeven en weten hoe en waar je een stookvergunning moet
aanvragen.
- Met kleine blustoestellen kunnen omgaan:
brandkraan, waterleidingsslang, natte doeken, blusdeken, vuurzweep
en brandschop.
- Verschillende blusstoffen en -toestellen
kennen en weten bij welke type brand ze worden toegepast: water, zand,
schuim, koolstofdioxyde, bluspoeders en halogeenkoolwaterstoffen (BCF
en BTM). Weten wat de ademhalings- en milieu-effecten zijn van de
verschillende blusmiddelen.
- Handelend optreden bij de volgende
gesimuleerde brandongevallen: tent/afdak in brand, kleren in brand,
vlam in de pan, brandende gordijnen/vitrage, fakkelende primus, kortsluiting.
- Weten wat je in het algemeen moet
doen bij: autobrand, brand aan boord, bos- of heidebrand, huis in
brand, brand in electrische installaties, vliegtuigbrand, brand in
het clubhuis, veestal in brand.
- Eerste hulp kunnen verlenen bij 1e,
2e en 3e graads verbrandingen en bij electriciteit ongevallen.
Hulp:
|