|
Eisen:
- Demonstreer je kennis van de programmeertaal
met behulp van een zelfgeschreven programma, waarin gebruik wordt
gemaakt van de mogelijkheden die de gebruikte taal biedt. Demonstreer
het programma op een computer.
- Maak een programma-ontwerp voor een
routine die je regelmatig gebruikt en een ontwerp voor een ander programma
dan in punt 1
OF
Teken een algemeen blokschema van een micro-computer, beschrijf de
belangrijkste componenten en beschrijf globaal haar functie en de
werking van de micro-computer.
- Beschrijf 4 verschillende types van
geheugens/data-opslag middelen.
- Beschrijf 6 voorbeelden van gebruik
voor computers of apparaten waarin een computer wordt gebruikt. Ze
moeten uit verschillende gebieden komen, zoals: thuis, kantoor, fabrieken,
vliegtuigen, etc.
Hulp:
|