|
Eisen:
- Tien zoogdieren, tien vogels en tien
insekten rond clubhuis en je eigen huis of in het park kunnen herkennen.
Weten waarom ze juist daar leven, hoe en waar ze wonen en wat ze eten.
- Zet met vier grondpennen en lint een
stukje gras (geen gazon) van 1 vierkante meter af en maak een overzicht
van de dieren die je daarin tegenkomt.
- Bestudeer 5 diersoorten die hier vroeger
veel voorkwamen en leg uit hoe ze (bijna) zijn verdwenen.
- Weten welke wettelijke maatregelen
zijn getroffen om diersoorten in Nederland te beschermen.
- Kies een huisdier en probeer aan de
weet te komen over z'n "wilde" familie; wat zijn de overeenkomsten/verschillen?
- Kies een (inter)nationale organisatie
uit die zich bezighoudt met de bescherming van dieren en probeer daar
zoveel mogelijk aan de weet te komen.
- Kies een gebied buiten Europa uit
en bestudeer het dierenleven daar. Wat voor dieren komen er voor,
waar leven ze van en hoe wordt er over die dieren gedacht (maatschappelijke
functie: trekdier of heilige koe, enz.).
Hulp:
|