|
Eisen:
- Een kampterrein verkennen en daarvan
een plattegrond maken, waarop de kampindeling wordt ingetekend en
waarbij rekening wordt gehouden met omgevingsfactoren. Laat je inspireren
door de omgeving.
- Met je ploeg of vendel het programma
voor een weekendkamp of dag van het zomerkamp bedenken en plannen.
Dit programma voorbereiden met andere scouts en iemand van de leiding
en tijdens het kamp uitvoeren.
- Je persoonlijke bagage en het kampeermateriaal
voor jouw ploeg voor het zomerkamp samenstellen.
- De hoofdtypen tenten en haringen/grondpennen
met hun gebruiksdoel kennen.
- Een shelter en een huttent opzetten,
waarbij je rekening houdt met omgevingsfactoren. De tent op de juiste
manier gebruiken en weten welke maatregelen je bij slecht weer moet
nemen. Na gebruik de tent weer afbreken en inpakken en na thuiskomst
schoonmaken, eventueel herstellen en schoonmaken.
- Een kampkeuken ontwerpen. Je kiest
een geschikt terrein, waarbij je rekening houdt met de omgeving. Pionier
daar met je ploeg de door jou ontworpen kampkeuken, richten hem in
en gebruik hem tijdens een (weekend-)kamp.
- Tonen op hygiënisch verantwoorde wijze
te kamperen. Denk daarbij onder andere aan: persoonlijke hygiëne,
verantwoord omgaan met voedsel, afvalverwerking, plaatsing en gebruik
latrine/kampdouche, luchten van de tent/slaapzak en laten zien hoe
je een terrein weer netjes achterlaat.
- Tijdens een kamp 2 warme maaltijden
voor je ploeg of vendel koken. Het menu heb je zelf samengesteld en
ook de benodigde ingrediënten koop je zelf in.
Een van deze maaltijden dient in ieder geval op houtvuur te zijn bereid.
- Tenminste 5 nachten met je ploeg of
vendel in tenten hebben overnacht.
Tenminste 4 nachten met 1 of 2 andere scouts in een shelter of boot
hebben overnacht.
Tenminste 1 nacht in de winter in een tent hebben overnacht.
Hulp:
|