Klik hier om dit inisigne beter te bekijken
Modelvliegen

Eisen:

Kies of je eisen van het zweefmodel of motormodellen doet.

Cat. Zweefmodellen.(spanwijdte tussen 1,20 en 3,00 meter)

  • Voldoen aan de volgende eisen:
    • Kennis en inzicht bezitten omtrent veiligheid, termiek en keuze vliegterrein.
    • Model in elkaar zetten en startgereed maken.
    • Drie keer assisteren bij het maken van een leirstart (minstens 50 meter lijn).
    • Drie keer uitvoeren van een goede lierstart.
    • Drie keer op de juiste wijze tijd opnemen.
  • Zelf een zweefmodel bouwen met een spanwijdte van minstens 1,2 meter (mag uit een bouwdoos). Het model moet constructief goed en degelijk zijn gebouwd; de afwerking moet correct zijn. Het model moet goed zijn uitgebalanceerd.
  • Op een dag 4 vluchten maken, waarbij het model wordt opgetrokken aan een lijn van 50 meter.
  • De totaallijn van de drie beste vluchten moet minstens 100 seconden bedragen. (De tijd wordt gemeten vanaf het moment dat de lijn wordt gelost tot het moment dat het model op grond of een voorwerp raakt). N.B. Het model mag worden voorzien van een "timer".

Cat. motormodellen. (lijnbesturing)

  • Voldoen aan de volgende eisen:
    • Kennis en inzicht bezitten omtrent veiligheid, gloeiplugmotoren en keuze vliegterrein.
    • Drie keer meehelpen in de pits.
    • Drie keer model opgooien.
    • Drie keer een start maken uit de hand of vanaf de grond.
    • Drie keer minimaal 6 ronden vliegen en de vluchten afronden met een goede landing.
    • Drie keer op de juiste wijze tijd opnemen.
  • Zelf een lijnbestuurd motormodel bouwen (mag uit een bouwdoos). Het model moet constructief goed en degelijk zijn gebouwd; de afwerking moet correct zijn. Het model moet goed zijn uitgebalanceerd.
  • Op een dag 4 vluchten maken.
  • 1 van de vluchten moet voldoen aan onderstaande eisen:
    • Een afstand van 1 km. afleggen met een snelheid van minstens: 80 km/u bij een cilinderinhoud van 1,0 - 2,0 cc of 120 km/u bij 2,0 - 5,0 cc.
    • Of met een kunstvluchtmodel de volgende manoeuvres uitvoeren: Start (loskomen van de grond) - horizontale vlucht (minstens 2 ronden) - stijgvlucht - duikvlucht - wingover - looping achterover - landing.

 

Hulp:

 

Ga terug naar het insigneoverzicht