|
Eisen:
- Het notenschrift kunnen lezen en
gebruiken.
- Drie verschillende stukjes op een
muziekinstrument instuderen en aan je vendel laten horen.
- Klassieke muziek, concert of operette
hebben beluisterd, thuis, in concertzaal, schouwburg of clubhuis.
- Tien muziekinstrumenten benoemen en
herkennen en deze muziekinstrumenten op gehoor onderscheiden.
- Een cassettebandje met jouw top 5
maken, waarbij je de verzamelde informatie van groepen en zangers/zangeressen
in de aankondiging van de nummers verwerkt.
- De muziek bij een hoorspel of diaklankbeeld
verzorgen.
- Een kampvuurlied aan je vendel leren.
Hulp:
|