|
Eisen:
- De volgende sjorringen maken en weten
wanneer ze worden toegepast: kruis-, diagonaal-, vork-, achtvormige-,
steiger-, stellage-, woel- en slingersjorring.
- De volgende touwverbindingen maken
en weten waarvoor ze worden gebruikt: constrictorknoop, derdehandsteek,
mastworp met voorslag, rondtorn met 2 halve steken, slippende schootsteek
met knevel, steigersteek, stellingplanksteek, topsteek met 3 bochten,
visserssteek, vrachtrijderssteek, werpankersteek.
- Natuurlijke, paal- en balkverankeringen
maken en weten welke verankering in een bepaalde situatie het best
kan worden toegepast, rekening houdend met de natuurlijke omgeving.
- Benamingen en typen blokken kennen
en demonstreren hoe:
- een blok moet worden bevestigd
aan een vast punt;
- een lijn aan een blok moet worden
bevestigd;
- een staalkabel aan een blok moet
worden bevestigd.
- Verschillende typen takels kennen
en demonstreren hoe deze moeten worden ingeschoren en er veilig mee
omgaan.
- Met je ploeg of vendel drie verschillende
pionier-objecten maken.
Voor elk object maak je eerst een bouwtekening en/of maquette, stel
je een materiaallijst samen en maak je een taakverdeling voor de bouwers.
Tijdens het bouwen geef jij de leiding, zodat het object op een veilige
wijze wordt gepionierd en leer je de andere scouts de sjorringen.
De drie te bouwen pionierobjecten zijn:
- een uitgebreide kampkeuken;
- een object waarin takels worden
toegepast;
- een object waarin verankeringen
worden toegepast.
Hulp:
|