|
Eisen:
- Demonstreren hoe je een plank moet
onderhouden en benoem de onderdelen.
- De plank correct (overeenkomstig de
lichaamskracht) tuigen en te water laten.
- Afvaren van de wal zonder in het water
te vallen.
- De volgende manoeuvres uitvoeren en
zeiltermen kennen:
- stand en bediening van het zeil
- overstag gaan
- gijpen
- opkruisen in breed water
- Van het BPR de bepalingen kennen voor
kleine vaartuigen.
- Vijf keer in de juiste houding een
uitgezette olympische baan varen.
- Ongeveer 1 kilometer voor de wind
gaan en weer terugkruisen (dit alles zonder in het water te vallen
en met minstens windkracht 4).
- De noodmaatregelen toepassen en veiligheid
bij het surfen (onder)kennen. Onder andere onderkoeling en gebruik
van zwemvest.
Hulp:
|