Klik hier om dit inisigne beter te bekijken
Textiele werkvormen

Eisen:

  • Haak of brei een eenvoudige kledingstuk, dat ook inderdaad door iemand gedragen zal kunnen worden. In het kledingstuk zijn tenminste drie verschillende steken verwerkt.
  • Weten wat de gevolgen zijn van het gebruik van verschillende dikten naalden, verschillende soorten garens
  • In staat zijn een eenvoudig, goed afgewerkt kledingstuk naar patroon te maken. Patroontekens kunnen lezen en het patroon kunnen overbrengen op stof. Om kunnen gaan met een naaimachine en het verschil in gebruik tussen de meest voorkomende steken kennen.
  • Een eenvoudig gebruiksvoorwerp (pannelap, schort, theemuts, tafelkleedjes) in elkaar zetten en versieren met een van de volgende technieken:
    • kruissteekjes
    • patchwork
    • applicatie
    • doorstopwerk
    • smyrna
  • Op de hoogte zijn van de nieuwste modetrends. Maak een college waarin je de nieuwste silhouet bespreekt; de kleuren, de stoffen en de lijn van de mode. Maak vergelijkingen met eerdere trends en geef een oordeel over de draagbaarheid van de nieuwste kleding.
  • In staat zijn eenvoudige reparaties te verrichten (knopen aanzetten, zomen herstellen, sokken stoppen) en weten hoe veel voorkomende vlekken bestreden worden.

Hulp:

 

Ga terug naar het insigneoverzicht