|
Eisen:
- Weten welke verschillende vaartuigen
bij de waterscoutinggroepen gebruikt worden en de onderdelen van deze
vaartuigen kennen.
- Met je ploeg een vaartuig op het droge
halen en dit op de juiste wijze opbergen.
- Een vaartuig, rondhout, zeilen en
tuigage voor de winter kunnen opbergen.
- Kleine reparaties aan een vaartuig,
rondhout, tuig en tuigage kunnen beoordelen en uitvoeren.
Van de opdrachten 5 tot en met 7 moet
je er tenminste twee doen:
-
- Met je ploeg onder jouw leiding
een vaartuig schuren, schilderen en klaar maken voor het zomerseizoen.
Weten hoe je omgaat met resten verf, kwasten reinigen e.d.
- Weten welke gereedschappen, materialen
en grondstoffen nodig zijn voor het vaarklaar maken.
-
- De soorten staaldraad en touwwerk
voor staand en lopend want kennen en deze aanbrengen.
- Verschillende soorten blokken
en hun onderdelen kennen, ze gebruiken en aanbrengen.
-
- De meest voorkomende soorten tent-
en zeildoek kennen en weten waarvoor ze worden gebruikt.
- De zeilplaat en -naald gebruiken:
een oogsplits om een kous maken en de zeilmakerssteek kennen.
Hulp:
|