|
Vlottenbouwen is een leuke bezigheid, maar als je meerdere keren over het water moet om mensen of goederen over te zetten, dan is dat een tijdrovende klus. Bovendien is in een rivier de stroomsnelheid al snel te hoog om met vlotten te werken. Je kunt dan overwegen om een brug te bouwen. Je kunt dan denken aan verschillende modellen: Kabelbanen, die van oever tot oever worden gespannen. Soms worden de touwen vervangen door staalkabels (kabelbruggen). Dit model is erg geschikt om grotere afstanden te overbruggen, die het gebruik van een ander model onmogelijk maken. Kabelbanen worden bij scouting veel gemaakt, omdat ze relatief makkelijk zijn om te bouwen, niet erg tijdrovend zijn en erg leuk zijn om te gebruiken. Drijvende bruggen, waarvan de onderdelen op het water drijven zoals vlotbruggen, kano- of schipbruggen. Oeverbruggen: bruggen die hun eninge steunpunten op de oevers hebben. Schraag- of jukbruggen: bruggen die ondersteund worden door palen, schragen of jukken, die op het drooge gepionierd worden en daarna in de rivierbedding worden vastegemeerd worden. Wanneer schraag of juk worden vervangen door metselwerk of betonconstructies heet het een pijlerbrug. Hangbrug: bruggen waarvan de steunpunten zich op de oevers bevinden en waarvan het gehele gewicht aan een zwaartepunt boven het water hangt.
Veiligheidsmaatregelen Als je een brug boven stromend water gaat maken, moet je rekening hoeden met eventuele drenkelingen of afdrijvend materiaal. om die redenen moet je op de volgende zaken letten:
De brugas Voordat je met het bouwen
van een brug begint zul je de brugas moeten bepalen b.v. door het op beide
oevers aanbrengen van merktekens zodat de denkbeeldige lijn die deze punten
verbindt de brugas vormt. Het vastleggen van het brugdek Als je een brugdek maakt van een serie kleine paaltjes kun je de volgende methodes gebruiken (zie tekeningen):
|
|
|
Het vastzetten van de lopers De lopers worden het best met sjorringen vastgemaakt op een blok hout dat zelf ook weer rust op een paar rondhouten en verder vastgeankerd wordt met piketten. |
![]() |
|
Een derde loper Om het draagvermogen van een brug te verhogen neemt men dikwijls zijn toevlucht tot een derde (midden) loper, vooral wanneer het materiaal voor het brugdek een te grote buigbaarheid heeft. Gewelfde lopers Alle bruggen zouden het liefst gewelfd worden d.w.z. zó gepionierd dat het middelpunt van de brug hoger ligt dan de beide oevers of steunpunten. Deze welving moet niet erg groot zijn: 3 à 5 cm klimming per loopende meter is voldoende. |
Kabelbaanmodel
|
Kabelbaan 4 Dit model is alleen te gebruiken voor smalle beken. Je hebt het vogende nodig: 2 schragen Bouw eerst de twee schragen
(zie tekening) en maak dan op beide oevers de houvasten klaar. Verbind
met een lang touw beide houvasten op zo'n manier dat dit touw de brugas
volgt. Bevestig de twee andere touwen aan de houvasten op één
van de oevers, werp er een slag mee rond het draagkussen op één
van de hoeken van schraag A en een slag op het draagkussen in de tegengestelde
hoek van schraag B om het touw vervolgens te verankeren aan de houvast
op de andere oever. Deze twee lange touwen kruizen elkaar dus in het midden. |
|
Zweefbrug Dit is de eerste, heel
wat veiliger kabelbrug. Het kost hoogstens drie kwartier werk om hem te
bouwen, en je hoeft geen halsbrekende toeren uit te halen om er overheen
te gaan. Het model lijkt op de kabelbaan 3. In plaats van twee lange touwen,
wordt er één stevig touw over het water gespannen waarop
een blok loopt met daaronder een zitje of een klein dwarsbalkje. Aan beide
oevers moet de constructie worden verankerd met een 3-2-1-houvast. Aan
het oog van het blok maak je een touw vast zodat je het zitje steeds weer
terug kan trekken naar de vertrekoever. |

|
De V-brug Een brug die niet al
te moeilijk is om te maken. Je moet wel een goed evenwichtsgevoel hebben
om droog de overkant te halen en soms ook een sterke maag. Maar als deze
brug goed afgespannen wordt is dat alles geen enkel probleem. De brug
zelf bestaat uit drie touwen: één om op te staan en twee
om je aan vast te houden. Deze drie touwen zijn onderling verbonden door
twee zig-zaggende touwen (zie tekening). 1 lang touw: 20 à
25 mm dik, 15 meter langer dan de te overbruggen afstand. N.B. We gaan er hier van uit dat er op een oever een boom beschikbaar is. Zo niet dan moet je een extra 3-2-1-houvast maken. De pioniers delen zich
in twee ploegen. Eén ploeg maakt de schragen en houvasten, terwijl
de andere ploeg zich met het touwwerk bezighoud. |
![]() |
Oeverbruggen
Hangbruggen
|
Hangbruggen zijn vaak mooi om te zien en ze bieden een nieuwe uitdaging voor de pionier. Het nadeel is wel dat ze meestal een grote hoeveelheid hout vragen. We zullen je schetsen laten zien van een aantal modellen, en die hier en daar toelichten. |
|
|
![]() |
![]() |
|
Drijvende bruggen Drijvende bruggen die vooral gebruikt worden wanneer de stroomsnelheid het maken van schraagbruggen uitsluit en de te overbruggen breedte te groot is om hangbruggen of kabelbanen te pionieren, bestaan uit een aaneenschakeling van vlotten die, om onder inwerking van de stroming niet af te drijven, stevig moet worden vastgeankerd in de rivierbedding of op de oevers. Het spreekt voor zich dat ook roeiboten en sloepen kunnen worden gebruikt bij de constructie van drijvende bruggen, maar dit vereist wel een grote hoeveelheid materiaal en mankracht. Uit onze rubriek vlotten kun je de informatie halen die je nodig hebt om een vlot te bouwen. |
|
Schraagbruggen Deze vaste bruggen vragen heel wat meer voorbereidingen, berekeningen en zorg dan de andere tot nu toe beschreven modellen. Het gaat hier toch eigenlijk om het zwaar geschut tussen de bruggen, en je zult deze modellen dan doorgaans ook niet binnen een uurtje bouwen. De brug wordt in zijn geheel gepionierd, en het is daardoor een goede oefening voor alle geleerde technieken. De schraag De constructie van de
schraag is nu erg belangrijk, aangezien de schragen en gehele gewicht
van de brug zullen dragen en bovendien ook nog eens bloot staan aan de
inwerking van de stroming en de grillen van de bodem. Een schraag bestaat
uit benen, schoren, draagkussen en slikbalk (hoog genoeg gesjord om niet
mee te zakken in de modder). Op de schets is aangegeven welke sjorringen
je gebruikt. De zwaarte van het te gebruiken materiaal zal natuurlijk
afhangen van het draagvermogen dat je aan de brug wilt geven. Een paar
handige ezelsbruggetjes: |
|
|
De benen hebben een
helling van 1 op 6 tot 1 op 10. Om de schraag te maken leg je eerst de
benen op de gewenste afstand en hierop het draagkussen en de slikbalk
(aan dezelfde kant!). Let nu op de tekening hoe de schoren worden gelegd.
Drie van de uiteinden liggen aan de andere kant van de benen als de slikbalk
en draagkussen. Een van de uiteinde ligt aan de andere kant (het maakt
niet uit welk uiteinde). |
![]() |
|
Het opzetten van een schraag De eerste schraag wordt
met de slikbalk evenwijdig aan de oever gelegd. Twee palen maak je vast
aan het draagkussen (aan de binnenkant van de benen) en twee ankeringstouwen
(zo lang als de schraag hoog is + twee keer de afstand schraag-oever)
gaan rond de slikbalk (zie tekening). Door de schraag langzaam te laten
zaken breng je hem op zijn plaats. Zorg dat de benen stevig in de bodem
staan. Zoals je op de tekening zit kun je dan al een stukje van de oever
af bouwen zodat je de tweede schraag kan gaan plaatsen. Het op zijn plaats
brengen van de tweede schraag is wat lastiger dan de eerste schraag. Je
kunt dit als volgt doen. Je neemt twee lang dunne palen. Beide palen zet
je vast op het draagkussen. Je zet nu de slikbalk van de tweede schraag
op de twee palen en laat hem over die twee palen naar zijn goede positie
glijden. |
|
De dubbele schraagbrug Pionier de dubbele schraag op het droge, laat ze dan voorzichtig langs twee palen in het water glijden. Let goed op dat de schraag niet kapseist. Zet de schragen goed vast. Soms moet je daarvoor de basis van de schragen verzwaren. Zorg er voor dat de draagkussens boven de oevers uitsteken. De lopers leg je vanaf beide oevers op de draagkussens, en vervolgens zet je het brugdek er in. Dit is een van de sterkste bruggen, maar het kost veel tijd en materiaal om te bouwen. |
![]() |
|
De haakbrug Als je een brug moet maken over een ravijn of rivier met erg hoge oevers, dan heeft het natuurlijk weinig zin om hele hoge schragen te maken. Je kunt dan beter een kabelbaan of hangbrug maken. Je kunt echter ook overwegen om een haakbrug te bouwen. Je bouwt twee schragen, zet ze met hun benen in de oever en laat ze boven het midden van de rivier in elkaar haken. (zie tekening). |
![]() |
|
Dubbele haakbrug Als de afstand groter is dan je met een haakbrug kunt overbruggen, kun je een dubbele haakbrug bouwen door scheidingspalen tussen de twee schragen in te knopen. Je houd met touwen de schragen op de gewenste positie en vervolgens knoop je de scheidingspalen er tussenin.
|
Nou, dat was het voorlopig wat bruggen betreft. Mocht je enthousiast zijn geworden, dan wens ik je veel succes met het bouwen. Ik zou het leuk vinden als je eens een foto mailt (graag niet groter dan 1 mb) van je bouwwerk.
|
|
|
|
|
Heb je iets toe te voegen aan deze tekst, of wil jij zelf een artikel insturen, mail dan naar scoutfiles@scoutquest.com |
||
|
|
|